"Het idee van god."

Stel, je bent een dier: je eet wat, drinkt wat, schurkt een beetje rond in de bosjes en volgt verder, terwijl je daar toch bent, voornamelijk je voortplantingsdriften met zo’n beetje alles wat je zoal tegen komt daar. De wereld om je heen is een decor zonder betekenis, niets anders dan een voortdurend met je mee veranderend ‘Nu’, een bewegende dia. De andere dieren (áls je al in staat zou zijn ze te onderscheiden van de bomen, struiken en rotsen in je omgeving) zijn onderverdeeld in globaal 3 categorieën: Eten, Betekenisloos en Gevaarlijk. Je weet niets, je bent je van niets meer bewust dan hetgeen je nu ziet en ervaart (pijn, angst, honger, slaap); kortom, je bent zo’n beetje wat je doet, met een marge van ongeveer 5 minuten voor en na ‘Nu’.

Opeens slaat de bliksem in je schedel en met 50.000 volt per nanoseconde – !!!BWENGG !!! – wordt je hersencapaciteit op staande voet vermiljoenvoudigd … dan ga je je wel het een ander afvragen: “Wat is er gebeurd? Waarom sta ik hier stront te vreten? En hoe lang eigenlijk al? Wat voor wezen is dat die tegen me op staat te rijden? Wat is die grote gele cirkel daar hoog in de lucht? Waarom kan ik niet vliegen? Waarom zijn die bladeren groen? Wat is groen? Wat is? Wat wat? ... ?”

Je weet meer niet dan wel en het ergste daarvan is dat een van de weinige dingen die je wel weet precies dat is. Dat roept frustratie op en (zeker ’s nachts, met al die enge geluiden) ook angst. Angst voor alles wat je niet weet … ondanks het feit dat je inmiddels wel gemerkt hebt dat je verreweg het slimste wezen bent dat er zo’n beetje in de wijde omgeving rondloopt. Ondanks je angsten en slapeloze nachten oefen je een zekere macht uit over al die andere levende wezens om je heen: je vangt ze met hulpmiddelen die jij alleen kan maken, je laat ze voor je werken door ze te temmen, je maakt ze tot eten en huisdier. Je ziet dat ze bang voor jou zijn, dat ze door hun beperktheid volledig aan jouw wil zijn overgeleverd. Je wikt en beschikt over hun lot ... Hmmmmm, lekker gevoel wel, zeg! En dat dient zich dat idee aan … dat idee van God …

Want zoals dat voor hen werkt, waarom zou dat ook niet voor jou gelden? Wat je niet weet is op zich niet onbekend maar je vermogens schieten domweg te kort om alles te kunnen begrijpen. En aangezien je al zoveel weet moet het dus wel een Geweldig Wezen zijn dat dat allemaal wel kan bevatten. Et voila! De geboorte van God vanuit projectie! God heeft niet naar Zijn Aangezicht de Mensch geschapen maar de Mensch schiep God naar zijn omgekeerd evenredige aangezicht! Door God allerlei zaken toe te dichten waarvoor je tot dan toe geen verklaring hebt geeft een vredig gevoel, is beter voor je nachtrust en kan, daar waar nodig, ook nog regulerend werken in een wanordelijke samenleving. Eerst kwam God, toen Het Geloof.

Maar dan weer 1000 generaties later, wanneer het ene na het andere mysterie zijn Goddelijke achtergrond verliest om zijn ware (natuurkundige) aard te tonen, begint het domein van God de omvang van een gemiddeld stadstuintje aan te nemen. Dan kan toch niet waar zijn? Dat je 3000 generaties lang jezelf een beetje voor de gek hebt gehouden omdat je bang was voor de monsters onder bed? Nee, dat moet een onderdeel zijn van een Plan, een Goddelijk Plan wel te verstaan waar jij het middelpunt van vormt want het draait in dat Plan wel om jou, dat is wel zeker. Het kan toch niet de Bedoeling zijn dat je Alles eens zult kunnen begrijpen? Dat kan trouwens toch ook niet want dan valt de regulerende werking van Het Geloof ook gelijk weg en maakt daarmee ruim voor het herstel van de (natuurlijke) wanorde en dat is helemaaaaaal slecht voor je nachtrust! Kortom: deze situatie vraagt om collectieve Herwaarding van het idee van God: bijvoorbeeld zoals deze:

“Het idee van god is tegelijkertijd een schatkamer voor de gevoelens van ontzag en verwondering die het leven oproept, een antwoord op de grote vragen van het bestaan en een reglement. De ziel heeft al deze verklaringen nodig – niet alleen de rationele verklaringen, maar ook de verklaringen van het hart.”

Mijn mening? Salman Rushdie (en hij niet alleen) is ’s nachts bang in het donker voor de monsters onder zijn bed, hij is niet in staat om zinnig om te gaan met zijn eigen onvermogens en gevoelens van angst en onzekerheid (dat zijn gewoon hormonale schommelingen, joh!) en het reglement dat hij nodig heeft kan zo gekopieerd worden uit het Pedagogisch Beleidsplan van een gemiddeld Nederlands Kinderdagverblijf. De ziel heeft het nodig? De ziel? En die huist waar ook alweer precies? Alweer zo’n geprojecteerd verlangen terug naar geborgenheid, terug naar de oereenvoud van de baarmoeder en als antwoord op het Trauma der Trauma’s: je eigen Geboorte in een van nature vijandelijke omgeving. Allesomvattende plannen bestaan niet, allesomvattende angsten wel. We zijn allemaal bang, alleen de fantasten onder ons sussen hun angst met een sprookjesverhaal. Maar let wel: het gaat er (volgens mij) niet om wie de beste nachtrust heeft; het zijn degenen die klaarwakker zijn die het langst leven!

Jacco Mokveld

Direct Reageren? Klik hier

 


 

Repliek

Toen ik onlangs de hele voordracht weer eens las waaruit het genoemde citaat afkomstig is, realiseerde ik me hoezeer jouw reactie past bij wat Rushdie duidelijk probeert te maken. Nu geeft het geen pas alles te herhalen, dat zou wel bijzonder flauw zijn. Ik kan het echter niet laten om een nieuwe stelling toe te voegen, die uit genoemde lezing afkomstig is. Rushdie vertelt daarin dat hij een lezing van Arthur Koestler bijwoonde, die vertelde over twee naast elkaar levende stammen van apen. De ene stam at z’n bananen zó op, de ander waste de banaan altijd eerst. Geen van de apen had hier een probleem mee. Koestler gebruikte dit verhaal om aan te tonen dat niet zozeer territorium alswel taal de hoofdoorzaak van alle problemen was / is. Op het moment dat je taal hebt, kun je letterlijk en figuurlijk totems maken en deze verdedigen. Omdat niets zo moeilijk is als dezelfde taal spreken, zélfs als je dezelfde woorden gebruikt, leiden woorden tot gelijk hebben, tot een illusie van bezit en de noodzaak die te verdedigen.
Het verhaal gaat dat iemand in de zaal opperde dat er misschien genoeg bananen waren en dat die apen dáárom geen problemen hadden. Koestler ontplofte bijna van ergernis over deze communistische gedachtengang, daarmee blijk gevend van hetgeen hij net had uitgelegd.

Dat zie ik stiekem ook gebeuren bij je reactie op de stelling. De intrede van taal maakt dat de mens zich vragen stelt en het antwoord dat de ander geeft niet begrijpt om dat ‘ie het zelf nóóit zo zou zeggen. Juist in dat niet begrijpen, de ergernis wellicht, ziet Rushdie een begin van leven en beweging. Het zal je niet verwonderen dat hij daar een rol ziet voor de literatuur omdat deze wel spiegels voorhoudt, maar, in tegenstelling tot de meeste godsdiensten, niet dogmatisch is. Jullie zijn het met elkaar eens: de mens heeft antwoorden nodig op de vragen waar hij geen raad mee weet, zoals ”Waarom sta ik hier gras te vreten?“ en “Hoe zijn we hier gekomen?” en “Hoe is trouwens ‘hier’ hier gekomen?”. Nu hij de woorden heeft om zich die vragen te stellen. Er is geen weg terug. Hoe moet je anders grip krijgen of houden op de wereld?

Ik moest ook nog denken aan een erg grappig boek dat ik pas heb gelezen: “A short history of nearly everything” van Bill Bryson. Hierin wordt het ontstaan van het universum tot en met de mensheid compact en uiterst leesbaar uit de doeken gedaan. Noem het selectieve aandacht: ook uit dit boek blijkt dat de mens werkelijk geen enkele reden heeft om arrogant naar z’n betekenis te vragen en z’n gelijkenis in de Schepper(s) te zien. Ach, zo lang het maar mooie verhalen oplevert. Schoonheid als één van de middelen om de intrinsieke betekenisloosheid van ons korte bestaan te verdragen? Ik ben vóór!

Esther van den Heuvel

Terug Terug